De winning van leisteen in het Raumland is al gedocumenteerd sinds de 16e eeuw. De kwaliteit van de steen, die voornamelijk voor dakbedekking werd gebruikt, was zo bijzonder dat hij in elf groeves werd gewonnen. Alternatieve materialen maakten de markt echter zo moeilijk dat de mijnen halverwege de 20e eeuw allemaal gesloten waren.
Het gebied rond de Hörre I mijn met zijn uitgebreide tunnelsysteem werd vervolgens een belangrijk toevluchtsoord voor vleermuizen. Er zijn hier tien soorten vleermuizen geregistreerd die tussen de nazomer en de lente bij 0-9 graden overwinteren.
Een grote verscheidenheid aan vogels vindt hier broedplaatsen, zoals de oehoe, de grootste uil van Midden-Europa, die door de jacht in de 19e eeuw bijna was uitgestorven in Duitsland.
En de nog bestaande leisteenhopen vormen een ideale habitat voor veel insecten en reptielen, zoals de gladde slang, en warmteminnende planten zoals rotssteenkruid en gouddistel.

