Het bergingsbekken boven de Willibald-verwerkingsinstallatie
Boven de in 1889 voltooide verwerkingsinstallatie Willibald bevonden zich een indikker en een slibvijver voor de reststoffen van de ertsverwerking. In de in 1935 gebouwde installatie werd dagelijks tot wel 1.000 ton erts verwerkt. Ongeveer 90 % daarvan bestond uit fijnkorrelige, vrijwel metaalvrije reststoffen, die als slib worden afgevoerd.
Dit slib werd in een ongeveer 35 meter grote verdikker gepompt. Daar bezonken de vaste stoffen, terwijl het gezuiverde water weer als bedrijfswater werd gebruikt. De ingedikte slib werd via een houten goot naar de ongeveer 100 x 50 meter grote slibvijver geleid. Grove zanddeeltjes dienden voor de aanleg van de omringende dam, fijnere deeltjes bezonken in het midden van de vijver. Overtollig helder water werd afgevoerd naar een beek.
Met de voltooiing van de nieuwe slibvijver Bilmecke in 1955 werden de indikker en de oude opvangvijver buiten gebruik gesteld.
